Statuten

Naam en zetel

Artikel 1

  1. De vereniging draagt de naam: Badmintonclub ’t Gooi.
  2. Zij heeft haar zetel te Hilversum, met vestigingen in Hilversum en Naarden in de zin van sportaccommodaties.

Doel

Artikel 2

De vereniging heeft tot doel in Hilversum en Naarden de lichamelijke ontwikkeling in het algemeen en de beoefening van de badmintonsport in het bijzonder te bevorderen. De vereniging tracht dit doel onder meer te bereiken door:

  1. het lidmaatschap te verwerven van de Nederlandse Badmintonbond, in deze statuten nader aan te duiden als: de bond;
  2. deel te nemen aan de door de onder 1. genoemde bond georganiseerde of goedgekeurde competities en andere wedstrijden;
  3. wedstrijden te organiseren;
  4. gelegenheid te geven oefeningen te houden
  5. evenementen op het gebied van de badmintonsport te organiseren;
  6. alsmede door alle andere wettige middelen.

Duur

Artikel 3

  1. De vereniging is aangegaan voor onbepaalde tijd.
  2. Het verenigingsjaar valt samen met het boekjaar en loopt van één augustus tot en met één en dertig juli.

Lidmaatschap

Artikel 4

De vereniging kent gewone leden, ereleden en begunstigende leden. Waar in deze statuten wordt gesproken van leden of lid wordt/worden daaronder verstaan zowel de gewone leden als de ereleden tenzij het tegendeel blijkt.
Gewone leden zijn zij, die als zodanig zijn toegelaten overeenkomstig het in artikel 5. lid 1. bepaalde.
Ereleden zijn zij, die wegens hun buitengewone verdiensten jegens de vereniging of in het kader van de doelstelling van de vereniging door de algemene vergadering daartoe zijn benoemd.
Begunstigende leden zijn zij, die zich jegens de vereniging verbinden tot het jaarlijks storten van een contributie waarvan de hoogte door de algemene vergadering zal worden vastgesteld.

Artikel 5

Als gewoon lid kan men worden toegelaten nadat men schriftelijk een verzoek dienaangaande bij het bestuur heeft ingediend. Het bestuur beslist over de toelating.
Ereleden worden op voorstel van het bestuur door de algemene vergadering benoemd.
Begunstigend lid kan men worden door schriftelijke aanmelding bij het bestuur, dat over de toelating beslist. Begunstigende leden nemen niet deel aan de in artikel 2. bedoelde oefeningen en wedstrijden; zij hebben vrij toegang tot alle andere activiteiten van de vereniging.
Leden en begunstigende leden, die de meerderjarige leeftijd nog niet hebben bereikt dienen, alvorens toegelaten te kunnen worden, toestemming van hun ouder(s) en/of voogd(en) te hebben.
De vereniging is bevoegd om een natuurlijk persoon als lid aan te melden bij de bond; het bestuur draagt voor deze aanmelding steeds onverwijld zorg overeenkomstig de ter zake geldende voorschriften van de bond.
De leden zijn verplicht de statuten, de reglementen en/of besluiten van de bond, alsmede de van toepassing zijnde wedstrijdbepalingen na te leven en zich te onthouden van gedragingen of handelingen waardoor de belangen van de badmintonsport in het algemeen en die van de bond in het bijzonder op onredelijke wijze worden benadeeld.
In geval van niet-toelating door het bestuur kan op verzoek van betrokkene alsnog door de eerstvolgende plaatsvindende algemene vergadering tot toelating worden besloten.
Het lidmaatschap is persoonlijk en mitsdien niet overdraagbaar noch vatbaar om door erfopvolging te worden verkregen.
Het bestuur houdt een register, waarin de namen en adressen van alle leden is opgenomen.

Artikel 6

Het bestuur is bevoegd een (begunstigend) lid te schorsen voor een periode van ten hoogste één maand, in geval het (begunstigend) lid bij herhaling in strijd handelt met zijn lidmaatschapsverplichtingen of door handelingen of gedragingen het belang van de vereniging in ernstige mate heeft geschaad. Gedurende de periode dat een (begunstigend) lid is geschorst, kunnen de aan het lidmaatschap verbonden rechten niet worden uitgeoefend.

Artikel 7

  1. Het lidmaatschap eindigt:
    1. door overlijden van het (begunstigend) lid.
      Is een rechtspersoon lid van de vereniging dan eindigt haar lidmaatschap wanneer zij ophoudt te bestaan
    2. door opzegging van het (begunstigend) lid;
    3. door opzegging van de vereniging;
    4. door ontzetting
  2. Opzegging van het lidmaatschap door het (begunstigend ) lid kan slechts geschieden tegen het einde van het verenigingsjaar.
    Zij geschiedt door een schriftelijke kennisgeving welke vóór de eerste juni in het bezit van de secretaris moet zijn. Deze is verplicht de ontvangst binnen acht dagen schriftelijk te bevestigen.
    Indien een opzegging niet tijdig heeft plaatsgehad, loopt het lidmaatschap door tot het einde van het eerstvolgende verenigingsjaar, tenzij het bestuur anders besluit of van het (begunstigend) lid redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
  3. Opzegging van het lidmaatschap namens de vereniging geschiedt door het bestuur indien niet ten volle aan de geldelijke verplichtingen jegens de vereniging is voldaan alsmede wanneer het lid heeft opgehouden te voldoen aan de vereisten welke te eniger tijd door de statuten voor het lidmaatschap gesteld mochten worden. De opzegging door het bestuur kan onmiddellijke beëindiging van het lidmaatschap tot gevolg hebben, wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
    De opzegging geschiedt steeds schriftelijk met opgave van de redenen.
  4. Ontzetting van het lidmaatschap kan alleen worden uit gesproken wanneer een (begunstigend) lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging handelt of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.
    Ontzetting geschiedt door het bestuur, dat het betrokken (begunstigend) lid ten spoedigste van het besluit, met opgave van redenen, in kennis stelt.
    Een lid is bevoegd binnen één maand na ontvangst van de kennisgeving in beroep te gaan bij de algemene vergadering. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst. Het besluit der algemene vergadering zal moeten worden genomen met ten minste twee/derde van het aantal uitgebrachte stemmen.
  5. De vereniging is bevoegd om na de beëindiging van het lidmaatschap van een lid, anders dan door overlijden of na opzegging van haar lidmaatschap van de bond namens de betrokkene diens lidmaatschap van de bond op te zeggen; de vereniging draagt daartoe zorg overeenkomstig de ter zake geldende voorschriften van de bond.
  6. In geval een lid uit het lidmaatschap van de bond wordt ontzet is de vereniging reeds op die grond verplicht om na kennisneming van het uitgesproken royement de betrokkene met onmiddellijke ingang als lid van de vereniging te schorsen en na het onherroepelijk worden van het uitgesproken royement door opzegging tot onmiddellijke beëindiging van het lidmaatschap van de vereniging over te gaan.
  7. Wanneer een lid het lidmaatschap van de bond heeft opgezegd, dan wel wanneer de bond aan het lid het lidmaatschap van de bond heeft opgezegd, wordt door de vereniging aan de betrokkene het lidmaatschap van de vereniging opgezegd.
  8. Wanneer het lidmaatschap in de loop van een verenigingsjaar, ongeacht de reden of oorzaak, eindigt, blijft desalniettemin de jaarlijkse bijdrage voor het geheel door het (begunstigend) lid verschuldigd, tenzij het Bestuur anders besluit.
  9. In afwijking van het bepaalde in de eerste volzin van artikel 36 lid 3 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek kan een lid zich door opzegging van haar lidmaatschap niet onttrekken aan een besluit krachtens hetwelk de verplichtingen van geldelijke aard worden verzwaard, behoudens uiteraard het in lid 2. van dit artikel bepaalde.

Geldmiddelen

Artikel 8

  1. De geldmiddelen der vereniging waste uit contributies van de gewone en begunstigende leden, uit entreegelden, uit wedstrijden, uit eventuele verkrijgingen ingevolg erfstellingen, legaten en schenkingen en tenslotte eventuele andere toevallige baten.
  2. De (begunstigende) leden zijn jaarlijks gehouden tot het betalen van contributie waarvan de hoogte door de algemene vergadering zal worden vastgesteld.
  3. Nieuwe (begunstigende) leden betalen een entreegeld waarvan het bedrag wordt vastgesteld door de algemene vergadering.

Bestuur

Artikel 9

  1. Het bestuur bestaat uit ten minste drie personen. Het aantal bestuurders wordt, met inachtneming van het vorenstaande, vastgesteld door de algemene vergadering.
  2. De bestuurders worden door de algemene vergadering uit de leden der vereniging benoemd, met dien verstande dat de voorzitter door de algemene vergadering kan worden benoemd buiten de leden.
    Het bestuur wijst uit haar midden een secretaris en een penningmeester aan.
    De voorzitter wordt steeds als zodanig door de algemene vergadering benoemd.
  3. De benoeming van de bestuursleden geschiedt uit een of meer bindende voordrachten, behoudens het bepaalde in het vierde lid. Tot het opmaken van zulk een voordracht zijn bevoegd zowel het bestuur als vijf of meer leden.
    De voordracht van het bestuur wordt bij de oproeping voor een vergadering medegedeeld.
    Een voordracht van vijf of meer leden moet uiterlijk acht en veertig uur voor aanvang van een vergadering schriftelijk bij het bestuur worden ingediend.
  4. Aan elke voordracht kan het bindend karakter worden ontnomen door een met ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van de algemene vergadering.
  5. Is geen voordracht opgemaakt, of besluit de algemene vergadering overeenkomstig het voorgaande lid de opgemaakte voordrachten het bindend karakter te ontnemen, dan is de algemene vergadering vrij in de keuze.
  6. Indien er meer dan één bindende voordracht is, geschiedt de benoeming uit die voordrachten.
  7. De algemene vergadering kan een bestuurslid schorsen of ontslaan indien zij daartoe termen aanwezig acht. Voor een besluit daartoe is een meerderheid vereist van ten minste twee/derde der geldig uitgebrachte stemmen.
  8. De bestuurders zijn bevoegd te allen tijde zelf hun ontslag te nemen mits dit schriftelijk geschiedt met een opzeggingstermijn van ten minste vier maanden.
  9. Ieder bestuurslid treedt twee jaar na zijn verkiezing af volgens een door het bestuur op te maken rooster. Aftredende bestuursleden zijn terstond herkiesbaar.
    b. In een tussentijdse vacature wordt zo mogelijk binnen zes weken voorzien. Wie in een tussentijdse vacature is gekozen, neemt op het rooster de plaats in van zijn voorganger.
    c. Bestuursleden dienen meerderjarig te zijn.

Artikel 10

  1. Het bestuur is belast met het besturen van de vereniging. Alle bestuurders gezamenlijk, de voorzitter en de secretaris gezamenlijk, voorzitter en penningmeester gezamenlijk en de penningmeester en secretaris gezamenlijk zijn bevoegd de vereniging in en buiten rechte te vertegenwoordigen.
  2. Het bestuur alsmede de voorzitter én secretaris kunnen zich ter zake van hun vertegenwoordigingsbevoegdheid als in lid 1. bedoeld door een schriftelijk gevolmachtigde doen vertegenwoordigen, met dien verstande dat indien de penningmeester wordt gemachtigd te beschikken over bank- en girosaldi zulks slechts mogelijk is binnen in de volmacht nauwkeurig omschreven grenzen.
  3. Indien het aantal bestuurders beneden drie is gedaald, blijft het bestuur bevoegd. Het is echter verplicht zo spoedig mogelijk de algemene vergadering te beleggen waarin de voorziening in de open plaats of de open plaatsen aan de orde komt.
  4. Het bestuur is bevoegd onder haar verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van haar taak te doen uitvoeren door commissies waarvan de leden door het bestuur worden benoemd en ontslagen.
  5. Na voorafgaande toestemming door de algemene vergadering is het bestuur bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt.

Algemene vergaderingen

Artikel 11

  1. Binnen zes maanden na afloop van elk boekjaar wordt een algemene vergadering (jaarvergadering) gehouden. Het bestuur brengt in deze vergadering haar jaarverslag uit en doet, onder overlegging van een balans en een staat van baten en lasten rekening en verantwoording van haar in het afgelopen boekjaar gevoerd bestuur. Deze stukken worden ondertekend door alle bestuurders; ontbreekt de ondertekening van één of meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave van redenen melding gemaakt.
  2. De algemene vergadering benoemt jaarlijks, doch uiterlijk dertig dagen voor de jaarvergadering, een commissie van ten minste twee leden, die geen deel mogen uitmaken van het bestuur, tot onderzoek van de rekening en verantwoording over het lopende casu quo laatst verstreken boekjaar. De commissie brengt ter jaarvergadering verslag uit van haar bevindingen. Vereist het onderzoek bijzondere boekhoudkundige kennis dan kan de commissie zich door een deskundige doen bijstaan.
  3. Het bestuur is verplicht aan deze commissie alle door haar gewenste inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden der vereniging te vertonen en inzage van de boeken en bescheiden te geven.
  4. De opdracht aan de commissie kan te allen tijde door de door de algemene vergadering worden herroepen, doch slechts door de benoeming van een andere commissie.
  5. Het bestuur is verplicht de bescheiden bedoeld in het tweede en derde lid tien jaren lang te bewaren.
  6. Goedkeuring door de algemene vergadering van het jaarverslag en de rekening en verantwoording strekt het bestuur tot decharge.
  7. Indien de goedkeuring van de rekening en verantwoording wordt geweigerd, benoemt de algemene vergadering een andere commissie, bestaande uit ten minste drie leden, welke een nieuw onderzoek doet van de rekening en verantwoording. Deze commissie heeft dezelfde bevoegdheden als de eerder benoemde commissie. Binnen één maand na de benoeming brengt zij aan de algemene vergadering verslag uit van haar bevindingen. Wordt ook dan de goedkeuring geweigerd dan neemt de algemene vergadering al die maatregelen welke door haar in het belang van de vereniging nodig geacht worden.

Artikel 12

  1. Aan de algemene vergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan het bestuur zijn opgedragen.
  2. De algemene vergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur, met inachtneming van een termijn van acht dagen.
    De bijeenroeping geschiedt door een aan alle leden te zenden schriftelijke mededeling.
  3. Bij een oproeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld, onverminderd het bepaalde in artikel 16.
  4. Behalve de in artikel 11. bedoelde jaarvergadering zullen algemene vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur zulks wenselijk acht, alsmede zo dikwijls zulks schriftelijk met opgave van de te behandelen onderwerpen wordt verzocht door ten minste een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van één/tiende gedeelte der stemmen in de algemene vergadering indien daarin alle leden tegenwoordig of vertegenwoordigd zijn.
  5. Na ontvangst van een verzoek van in lid 4. bedoeld is het bestuur verplicht tot bijeenroeping van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken.
    Indien aan het verzoek tot bijeenroeping binnen veertien dagen nadat dit door het bestuur werd ontvangen, geen gevolg wordt gegeven, zullen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping kunnen over gaan op de wijze waarop het bestuur de algemene vergaderingen bijeenroept.

Artikel 13

  1. Alle leden, zie artikel 4., hebben toegang tot de algemene vergadering en hebben daar ieder één stem. leder lid is bevoegd haar stem te doen uitbrengen door een schriftelijk daartoe gemachtigd ander lid. Begunstigende leden, geschorste leden en geschorste bestuursleden hebben géén toegang tot de algemene vergadering en kunnen evenmin een stem uitbrengen. Over toelating van andere dan hiervoor bedoelde personen beslist de algemene vergadering.
  2. Een lid heeft geen stemrecht over zaken die hem haar echtgenoot of een van haar bloed- of aanverwanten in de rechte lijn betreffen.
  3. Het ter algemene vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter dat door een vergadering een besluit is genomen geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voorzover gestemd werd over een niet-schriftelijk vastgesteld voorstel
  4. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het in het derde lid bedoeld oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, wanneer de meerderheid van een vergadering, of, indien de oorspronkelijke stemming niet schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.

Artikel 14

  1. Voorzover de statuten of de wet niet anders bepalen, worden besluiten van de algemene vergadering genomen met een meerderheid van de uitgebrachte stemmen, zijnde de helft plus één.
  2. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
  3. Indien bij een verkiezing van personen niemand een twee/derde meerderheid heeft verkregen, heeft een tweede stemming, of, ingeval van een bindende voordracht een tweede stemming tussen de voorgedragen kandidaten plaats.
    Heeft alsdan weer niemand een twee/derde meerderheid verkregen dan vinden herstemmingen plaats, totdat hetzij één persoon een twee/derde meerderheid heeft verkregen, hetzij tussen twee personen is gestemd en de stemmen staken.
    Bij gemelde herstemmingen (waaronder niet is begrepen de tweede stemming) wordt telkens gestemd tussen de personen op wie bij de voorafgaande stemming is gestemd, evenwel uitgezonderd op wie bij voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen is uitgebracht.
    Is bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen op meer dan één persoon uitgebracht, dan wordt door loting uitgemaakt op wie van die personen bij de nieuwe stemming geen stemmen kunnen worden uitgebracht.
  4. Indien de stemmen staken over een voorstel niet rakende verkiezing van personen dan is het verworpen.
  5. Alle stemmingen geschieden mondeling, tenzij de voorzitter of tenminste vijf der stemgerechtigden een schriftelijke stemming gewenst achten.
    Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes.
    Besluitvorming bij acclamatie is mogelijk, tenzij één stemgerechtigde hoofdelijke stemming verlangt.
  6. Een eenstemmig besluit van alle leden, ook al zijn deze niet in vergadering bijeen, heeft mits met voorkennis van het bestuur genomen, dezelfde kracht als een besluit van de algemene vergadering.
  7. Zolang in de algemene vergadering alle leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen, mits met algemene stemmen, omtrent alle aan de orde komende onderwerpen dus mede een voorstel tot statutenwijziging of tot ontbinding, ook al heeft geen oproeping plaatsgehad of is deze niet op de voorgeschreven wijze geschied of is enig ander voorschrift omtrent het oproepen en houden van vergaderingen of een daarmee verband houdende formaliteit niet in acht genomen.

Artikel 15

  1. De voorzitter van het bestuur leidt de vergaderingen. Bij zijn afwezigheid of zijn ontstentenis zal een der andere bestuursleden als leider van de vergadering optreden.
  2. Van het ter algemene vergadering verhandelde worden door de secretaris of door een door de voorzitter aangewezen lid der vereniging notulen gehouden.

Statutenwijziging

Artikel 16

  1. Wijziging van de statuten kan slechts plaats hebben na een besluit van de algemene vergadering, waartoe werd opgeroepen met de mededeling dat daarin wijzigingen van de statuten zal worden voorgesteld. De termijn voor oproeping tot een zodanige vergadering moet tenminste veertien dagen bedragen.
  2. Zij, die de oproeping tot de algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten ten minste vijf dagen voor de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgestelde wijziging(en) woordelijk is/zijn opgenomen Op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag, waarop de vergadering wordt gehouden.
  3. Een besluit tot statutenwijziging behoeft ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen van de algemene vergadering.

Artikel 17

Het in artikel 16. bepaalde is niet van toepassing indien ter algemene vergadering alle leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn en het besluit tot statutenwijziging met algemene stemmen werd genomen.

Artikel 18

  1. De statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt.
  2. De bestuurders zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en de gewijzigde statuten neder te leggen ten kantore van de Kamer van Koophandel en Fabrieken te Hilversum.

Ontbinding en vereffening

Artikel 19

  1. De vereniging kan worden ontbonden door een besluit van de algemene vergadering.
  2. Het bepaalde in de artikelen 16. en 17. is van overeenkomstige toepassing.
  3. Bij de oproeping tot de in een van dit artikel bedoelde vergadering moet worden medegedeeld dat ter vergadering zal worden voorgesteld de vereniging te ontbinden. De termijn voor oproeping tot een zodanige vergadering moet ten minste veertien dagen bedragen.
  4. Indien bij een besluit tot ontbinding te dien aanzien geen vereffenaars zijn aangewezen, geschiedt de vereffening door het bestuur.
  5. Een eventueel batig saldo zal worden aangewend voor door de algemene vergadering te bepalen zodanige doeleinden als het meest met het doel der vereniging overeenstemmen
  6. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten en reglementen voor zover mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van de vereniging uit gaan, moeten aan haar naam worden toegevoegd de woorden “in liquidatie”.

Huishoudelijk reglement

Artikel 20

  1. De algemene vergadering kan bij huishoudelijk reglement nadere regels geven omtrent het lidmaatschap, de introductie, het bedrag der contributies en entreegelden, de werkzaamheden van het bestuur, de vergaderingen, de wijze van uitoefening van het stemrecht, het beheer en het gebruik van het gebouw der vereniging en alle verdere onderwerpen, waarvan de regeling haar gewenst voorkomt.
  2. Wijziging van het huishoudelijk reglement kan geschieden bij besluit van de algemene vergadering en behoeft ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen van de algemene vergadering.
  3. Het huishoudelijk reglement zal geen bepalingen mogen bevatten die afwijken van of die in strijd zijn met de bepalingen van de wet of van de statuten, tenzij de afwijking door de wet of de statuten wordt toegestaan.